Racketlon - spelverloop & regels

Algemeen

  • 1 wedstrijd tegen een ander team bestaat uit 2 sets tafeltennis, 2 sets badminton, 2 sets pickleball, 2 sets squash, 2 sets padel en 2 sets tennis, altijd in die volgorde en direct na elkaar.
  • Elke set wordt gespeeld tot 21 punten, met minstens 2 punten verschil (maar wel maximaal tot 30-29). Voor elke racketsport geldt een tijdslimiet van 30 minuten (inclusief opwarming). Een set zou dus bijvoorbeeld wel op 16-15 kunnen eindigen.
  • Elk punt telt, ongeacht of je team zelf aan de opslag is. Er wordt getost wie als eerste mag opslaan bij tafeltennis (daarna wordt er afgewisseld: start team A bij tafeltennis, dan start team B bij badminton en team A opnieuw bij squash…). De eerste opslag wordt altijd van de rechterzijde gegeven (uitgezonderd bij tafeltennis) en de tweede opslag van de linkerzijde. Om de 2 punten wisselt de opslag van kamp én van speler (en vanaf 20-20 na elk punt).
  • Zodra een team 11 punten heeft, wordt er gewisseld van speelhelft (uitgezonderd bij squash).
  • Wanneer beide teams na het tennis evenveel punten hebben, wordt er nog 1 extra punt tennis gespeeld. Er wordt dan opnieuw getost. Wie deze toss wint, mag kiezen welk team mag opslaan. Het team dat dit punt wint, wint de wedstrijd.
  • Voor elke sport geldt een opwarming van maximaal 3 minuten.


Tafeltennis (individueel)

  • Bij de opslag moet je de bal plusminus 16 centimeter recht omhoog gooien voordat je de bal slaat.
  • Bij de service moet je de bal op een vlakke hand hebben bij de opgooi
  • Je hand met bal mag bij het begin van de opgooi niet onder de tafel zijn
  • Je tegenstander moet de bal bij de opslag kunnen zien, je mag hem niet afschermen met een hand, hoofd, schouder of buik
  • Bij het serveren moet je ervoor zorgen dat het balletje eerst op jouw kant van de tafel komt en vervolgens over het net heen op de kant van de tegenstander komt.
  • Als tijdens een opslag de bal het net raakt maar wel op het speelvlak van de tegenstander komt, wordt het punt opnieuw gespeeld. Als de bal in het net belandt of buiten de tafel valt tijdens de opslag, krijgt de tegenstander direct een punt. Er is geen mogelijkheid voor een tweede opslag na een foute service.
  • Zodra de bal in het spel is, probeer je punten te scoren. Een punt wordt gescoord als de tegenstander de bal mist, deze in het net slaat of niet op de tafel laat landen. 


Badminton (dubbel)

  • Lijnen van dubbelspel. In het dubbelspel wordt de baan breder dan in het enkelspel (buitenste lijnen). Alleen bij de service is de baan korter, maar ook weer breder. Na de service vervalt de achterste serveerlijn en is de baan in het dubbelspel dus breed en lang.
  • Punten scoor je door een shuttle over het net en in het veld van de tegenstander te slaan, terwijl je voorkomt dat de tegenstander hetzelfde bij jou doet. Sla je in het net of buiten de buitenste lijnen, dan gaat het punt naar de tegenstander.
  • De onderhandse service (backhand of forehand) moet over de korte servicelijn gaan (op 1,98 meter van het net). We spreken van een correcte service wanneer de shuttle door een slag van het racket van een speler over het net naar de kant van de tegenstander wordt geslagen, zonder dat hij in het net blijft haken of buiten de grenzen van het veld afdwaalt. De shuttle wordt in één vloeiende beweging onder heuphoogte geraakt.


Pickleball (dubbel)

  • Pickleball is een racketsport die gespeeld wordt op een badmintonveld (buitenste lijnen) met een tennisnet.
    • Service is onderhands, met of zonder stuit vooraf achter de baseline van het terrein, waarbij tijdens het raakpunt de paddle onder je navel zit. De bal mag daarbij niet de groene (in Grand Slam althans) keukenlijn raken (de witte lijnen wel). Als een bal bij de service het net raakt, verschilt dit niet meer van een bal die over het net gaat. Is hij in, dan speel je door, is hij uit dan verlies je het punt.
    • De ontvangende partij moet de bal eerst laten stuiten, voor ze hem retourneren. En vervolgens moet ook de serverende partij de bal eerst laten stuiten (tip: loop na het serveren dus niet meteen richting het net). Pas de derde bal mag ook in één keer, d.m.v. een volley geslagen worden. Met stuit mag ook.
    • Daarna mag de bal (maximaal) 1x stuiteren of meteen gespeeld worden (volley/smash).
    • Je mag niet volleren vanuit de ‘kitchen’ (= de non-­volleyzone bij het net). Zelf als je de groene lijn met je voet raakt of ná het volleren in de kitchen terecht komt: punt kwijt! Als je na een volley in de kitchen stapt verlies je altijd het punt, zelfs als de rally na het volleren al afgelopen is.
    • Je mag altijd in de kitchen komen, als je maar geen bal volleert. Pas als je voeten (weer) buiten de kitchen zijn mag je volleren

 

Squash (individueel)

  • Doel: De bal zo slaan dat de tegenstander hem niet meer correct kan terugspelen.
  • De bal moet direct of na één stuit tegen de voorwand worden geslagen, waarbij de zijwanden en achterwand gebruikt mogen worden.
  • Stuiteren: De bal mag maximaal één keer stuiteren voordat de tegenstander hem terugspeelt.
  • Lijnen: De bal mag de bovenste (out line) of onderste rode lijn (tin) niet raken.
  • Serveren: De serveerder moet met minstens één voet in het servicevak staan, zonder de lijnen te raken. Serveren mag onderhands (backhand of forehand) of bovenhands. De bal moet boven de serveerlijn en onder de bovenste lijnen geserveerd worden.
  • Hinder: Als een speler gehinderd wordt door de tegenstander, kan er een "let" (rally wordt opnieuw gespeeld) of een "stroke" (speler wint punt) worden toegekend. Zorg hierbij vooral voor veiligheid: sla zeker geen bal als de tegenstander in de weg staat.
  • Zorg voor een goede positie op de T (het middelpunt van de baan) na het slaan van de bal. 

    Padel (dubbel)

    Bij padel moet de bal over het net op de speelhelft van de tegenspelers gespeeld worden. De bal moet eerst botsen op de grond voor hij één van de wanden raakt. Het doel is om de tegenspelers te beletten de bal terug te slaan. Spelers mogen de bal onmiddellijk met volley spelen of na de bots spelen. Na de bots mag de bal eerst om het even welke wand raken alvorens hij wordt teruggespeeld. De speler mag ook met behulp van de wand (niet de metalen structuur) de bal terugspelen naar de andere speelhelft.

    • De opslag gebeurt altijd onderhands nadat men de bal één keer laat botsen achter de servicelijn.
      De bal moet steeds op of onder middel-/navelhoogte geraakt worden.
      De bal moet rechtstreeks landen in het servicevak van de tegenspelers en mag daarna de metalen structuur niet raken, het glas of de muur wel.
      Als de bal bij een opslag het net raakt en daarna in het servicevak van de tegenspelers landt zonder de metalen structuur te raken voor de tweede bots, geldt dit niet als een poging, maar wordt de opslag opnieuw gespeeld.
      De ontvanger mag kiezen of hij de bal terugspeelt voor of nadat deze eventueel de zij- of achterwand raakt.
      Na de opslag zijn de lijnen van geen belang meer.
     

    Tennis (dubbel)

    • De service moet diagonaal in het servicevak van de tegenstander geslagen worden (bovenhands of onderhands). Je hebt twee pogingen. 
      • Een bal is in als hij binnen de buitenste lijnen van de baan landt. Een bal op de lijn is in.
      • De bal mag maar één keer stuiteren op de helft van de tegenstander.
      • Je verliest een punt als je de bal twee keer laat stuiteren, de bal niet over het net slaat, of als de bal uit is.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x